Publicaties



2009 ‘Monografie Floor de Bruyn Kops, ontwerp Roosje Klap, tekst Charlotte Wiethoff, uitgave Eikhorst Media
inclusief zeefdrukje; bestellen bij art@floordebruynkops.nl
2005 ‘Verbeelding en dynamiek’, Sonja Overbeeke
2004 ‘Floor de Bruyn Kops’ door Erik Clignet,  Shed productions,  CD-rom
2000 ‘Staphorst verbeeld, toen en nu’  door Roel H. Smit, Waanders uitgeverij
2000 ‘Charivari’ door Vera Von Kraft,  uitgave Charivari
1998 ‘Floor de Bruyn Kops’, Sonja Overbeeke
1998 ‘Leve de koningin’ door Frans van der Beek,  Bookmakers uitgeverij
1998 ‘Koe en Kunst’ door Frans van der Beek,  Bookmakers uitgeverij

2012 ‘Elk schilderij is een avontuur’, Bijlage Haarlems Dagblad, Ingeborg Baumann
2012 ‘Advocatuur en Rechtspraak’,  Mr. magazine voor juristen
2012 ‘Het gerecht’, Algemeen Dagblad, Barbara de Jong en Anton Slotboom
2012 ‘Fiore voor het laatst Áchter de Zuilen, Bloemendaal Weekblad, Louise Leupen
2012 ‘Koetshuis als Kunsthuis op de kaart gezet’, bloemendaal Weekblad, Louise Leupen
2012 ‘Op het kopje en op borden’, Bloemendaal Weekblad, Louise Leupen
2011 ‘Kunst Kring Bloemendaal toont vooral mooi werk op jaarlijkse expositie’, Haarlems Dagblad, Nuel Gieles
2010 ‘Iedere keer weer anders’, het Weekblad, Michiel Rehwinkel
2009 ‘Kunst, kunst en nog eens kunst’, Bloemendaal Weekblad,  Christa Warmerdam
2009 ‘Kunst gedijt in Bloemendaal’, Haarlems Dagblad, Wilma Klaver
2008 ‘Kunst als tegenhanger van de bekende Albert Heijn hamster, Bloemendaal  weekblad, C. Warmerdam
2008  ‘Meester voor meesters, zeefdrukken, Mr. magazine voor juristen
2007 ‘Kunst proeven in hartje Bloemendaal’’, Bloemendaal weekblad, Carin van Riessen, interview
2007 ‘De keuze van Rinske Kruisinga’, K.I.P., magazine beeldende kunst en vormgeving  Noord-Holland
2006 ‘Schilderen is ontdekken’  Floor de Bruyn Kops, Atelier
2005 ‘Ik probeer de ziel te vangen’  Bernadette Booy, Atelier, interview
2005 ‘De rechtbank bij Bos Fine Art’ Courant Lelystad, verslag
2004 ‘Dutch artist Floor de Bruyn Kops’ by Roy Summers, kunstredactie Scottish Field
2004 ‘Exhibition goes Dutch’ by Sean Bell, The Scotsman
2004 ‘Stilleven met gerechtsdienaar’ kunstredactie De Gelderlander, interview
2004 ‘Fraaie en kleurige composities’ Hanneke Oberink, Hoog & Laag, verslag
2004 ‘Aarde, lucht en water’, Courant Lelystad, verslag
2003 ‘Veelbewogen wereld achter de toga’s’, Jeroen Hendriks, Haarlems Dagblad, interview
2003 ‘De rechtbank bezoekt galerie Van Waning’, Overschiese Krant
2003 ‘Heden en verleden’ Twentse Courant
2003 ‘Tentoonstelling Floor de Bruyn Kops en Betsy Nijs’, Hof van Twente
2003 ‘Çontra Factum non valet ratio’, kunstredactie De Ster, interview
2002 ‘Tulpen en titanium’, Nel Casimiri, Amigoe Curacao, interview
2001 ‘Expositie lyriek van de natuur’, Het witte weekblad
2000 ‘Door citroenen en vissen heen’ ,Edith Deutman, Tableau, interview’
2000 ‘Staphorst verbeeld’, Tableau
1999 ‘Alleen al voor het unieke plafond’ Willem Brinkman, Nieuwsblad van het Noorden
1999 ‘Zoektocht naar licht, vorm en kleur’ Yvonne Langenberg, Vernissage

Monografie ‘Floor de Bruyn Kops’

deel uit de tekst van Charlotte Wiethoff,  kunsthistorica Frans Hals Museum

‘Atelier en werk vormen een eenheid. In het atelier gebeurt het. Hier is een  schilderes aan het werk die plezier heeft in dat wat de zichtbare werkelijkheid en de schilderkunst haar te bieden hebben. Zij legt dat speels en vaardig, balancerend tussen figuratie en abstractie, in een helder kleurgebruik vast.
Een schilderes in hart en nieren. Met als stevige basis de verworvenheden wat betreft vorm en kleur die Picasso, Braque en last but not least Matisse haar aangereikt hebben.

Het werk is uitnodigend en toegankelijk. Het oogt met groot gemak geschilderd.
Eindeloos veel schetsen op papier, schetsboekjes, blocnotes, linnen doekjes liggen er echter aan ten grondslag.
De onderwerpen lijken voor zichzelf te spreken: een landschap, een naakt, een stilleven, een rechter, een musicus, onderwerpen uit de alledaagse realiteit. Het zijn de grote thema’s uit de traditionele schilderkunst: landschap, portret, naakt, stilleven. Echter, bij nadere beschouwing blijkt dat het niet alleen om het onderwerp gaat. Het werk van De Bruyn Kops gaat over de schilderkunstige weergave ervan, over het schilderen zelf. Dat is de essentie van de ontdekkingstocht van de schilderes.

Floor de Bruyn Kops werkt in series. Dat geeft haar de gelegenheid een onderwerp uitvoerig te onderzoeken, te experimenteren, te variëren.
In haar laatste serie verbindt ze letterlijk de verschillende thema’s en schilderijen van de afgelopen tien jaar met haar recente werk. Oud en nieuw werk met diverse onderwerpen worden gecombineerd en samengevoegd in twee-, drie- of meerluiken, waardoor een nieuwe vorm en een nieuwe inhoud ontstaan.

Essentieel is dat niet het resultaat, maar het proces – het uitproberen, het inslaan van wegen en deze verlaten of juist verder vervolgen – belangrijk is. Ze staat open voor hetgeen zich voordoet, en dringt zo verder door tot de kern van het schilderen. Het is verrassend om te constateren dat, terugkijkend vanuit het meest recente werk in het oeuvre, de  thema’s veel nauwer met elkaar verbonden zijn dan bij een eerste oogopslag het geval lijkt. Dat geldt ook voor de schilderkunstige verwantschap tussen ouder en nieuwer werk. Kleur, vorm, structuur, ritme, de expressie van de penseelstreek komen steeds aan de orde in de schilderijen, maar de wijze waarop, en de positie die zij per serie en per werk innemen ten opzichte van elkaar, varieert voortdurend. Dat dit schilderkunstig onderzoek zich zo speels en zo ongedwongen ontrolt, maakt dat uit het werk van Floor de Bruyn  Kops plezier en lichtvoetigheid spreekt.’

Staphorst verbeeld toen en nu

Uit tekst Roel H. Smit-Muller, kunsthistorica

‘Floor de Bruyn Kops bekommert zich niet om het lijnperspectief, haar landschap is een bouwsel van kleur en vorm. De werkelijkheid dient door de kijker zelf ingevuld te worden. Associaties met Staphorst zijn sterk gericht op het kleurgamma. Haar eigen steekwoorden fungeren daarbij als leidraad: streng, sober, eenvoud, traditie en aards.
De abstractie in haar werk is organisch en geeft het een emotionele lading. Rationaliteit in de vorm van mathematische lijnen of vormen blijft achterwege. Een vergelijking met de Amerikaanse kunstenares Helen Frankthaler (1928) dringt zich op, de kunsthistoricus H.W. Janson schrijft in zijn standaardwerk ‘History of art’ over Frankthaler: ’…..biomorfische vormen die de basis zijn van de vroege action painting, dringen de factuur van Gorky en de Kooning terug ten gunste van een meer lyrische en decoratieve, maar niet minder indrukwekkende stijl… De vorm mag voor de kunstenaar iets betekenen, zoals ook wordt gesuggereerd door de titel, maar kan voor de beschouwer als iets geheel anders overkomen.’

De Hoge Raad der Nederlanden

Uit de tekst van Mr.W.G. Heesakkers

‘Schilderen is passie en geluk, kunnen loslaten, op zoek gaan naar iets wat je wellicht nooit helemaal zal vangen, het is als een lintje dat zich steeds verder uitrolt, steeds op een andere manier.
Dit motto van Floor de Bruyn Kops over het creatieve proces past evenzeer op het maken van concepten tot het afronden van conclusies en arresten: het lint rolt uit, nu eens naar de ene kant, dan weer naar de andere. Het is de kunst te leven naar eigen, zelfopgelegde wetten: het maken van iets dat er tevoren niet was, en dat een typische stijl heeft, werk waarin die verrassende eigen wetmatigheden te herkennen zijn.’

Haarlems Dagblad 2012

Elk schilderij is een avontuur

Ars ipsa loquitur

Uit een tekst van Mr. F. Korthals Altes

‘De functie van de toga is het verschaffen van zoveel mogelijk gelijk voorkomen en het daarmee verbergen van uiterlijke verschillen die op subjectiviteit zouden kunnen wijzen. Het grote en wereldberoemde voorbeeld van een schilder, tekenaar en lithograaf van de gens de justice is Honoré Daumier. Bij zijn tekeningen en litho’s gaat het om de gelaatstrekken, de gebaren en de houdingen. Juist door de gelijkheid van toga’s trekken die de aandacht. Dat is ook het geval bij het werk van Floor de Bruyn Kops, maar anders: zij laat vaak de gezichten weg, het gaat om de houdingen, de gebaren, de nuances. Het gaat ook om de entourage: de boeken en de waterkannen, het maken van aantekeningen, het luisteren, het rekwireren of pleiten, het wachten in de gang en het overleg met cliënt of cliënte. De rechtbanken Haarlem en Amsterdam hebben voor haar model gestaan.’